Ecover & Mei Plasticvrij

Waarom steunt Ecover Mei Plasticvrij?

“Omdat we dezelfde missie delen. Wegwerpplastic moet de wereld uit.”

Dit was niet jullie eerste missie. Wanneer zijn jullie begonnen met plastic pollution op de agenda te plaatsen?

Innovation Manager Tom Domen: “Klopt. Ecover is ontstaan als bedrijf dat fosfaatvrije waspoeders op de markt bracht om onze waterlopen te beschermen. Nadien zijn we gaan kijken naar onze verpakkingen: we schakelden over op makkelijk recycleerbare PE en PET, en zelfs acht jaar geleden experimenteerden we al met sugar based plastic. Tot we in 2014 onze Ocean Bottle lanceerden, een limited edition-fles die de aandacht vestigde op het groeiende probleem van plasticafval in onze oceanen. Het was een pilootproject: werkt het om met volledig gerecycleerd plastic te werken? We hebben toen 9000 flessen gemaakt van 100% gerecycleerd plastic waaronder plastic uit de oceaan. We gaven vissers uit Oostende, Frankrijk en de UK zakken om daarin de plastic bijvangst te verzamelen en aan ons af te leveren in de haven. We hebben zo tien ton plastic uit de zee opgehaald. Het was net voor de hele discussie rond plastic pollution losbarstte. We kregen er heel veel respons op, dus dachten we: laten we dit opschalen. De volgende jaren zijn we plastic gaan opvissen uit de kanalen van Amsterdam, later hebben we mee ingezet om een baai in Rio op te kuisen. Toen zeiden we: waarom geen gerecycleerd plastic voor al onze flessen? Wij kiezen nu voor de omslag naar flessen die 100 procent uit gerecycleerd plastic zijn gemaakt – dat geldt trouwens ook voor onze polypropyleen flessendoppen - en 100 procent recycleerbaar zijn. Onze missie is om tegen 2020 al onze verpakkingen van totaal hergebruikt plastic te maken.”

Van jullie eigen flessen?

“Nee, we zijn nog niet closed loop. We kunnen voorlopig onze eigen flessen niet terug ophalen van bij de consument, we hebben nog gerecycleerd plastic van elders nodig. We zetten volop in op kwalitatieve recyclagestromen hiervoor. We willen eigenlijk heel graag statiegeld op onze flessen, want dan kunnen we bottle to bottle recycleren. Helaas mag dat (nog) niet. In de realiteit worden flacons met detergent ook vaak uit de recyclagestroom geweerd en geeft men de voorkeur om enkel drankverpakkingen te recycleren.

Navulstations is voor ons één van de echte dingen waarmee je impact maakt qua minderen van verpakkingen. Wat zijn jullie plannen hieromtrent? Wanneer zien we ze in de supermarkten?

“Binnenkort starten we met een retailer in de UK als test. En we voeren gesprekken met nog een aantal retailers. We zijn hier al jaren mee bezig, hoor. De consument beseft vaak niet hoeveel R&D eraan voorafgaat. Ons R&D-team werkt hard om de juiste technologie te ontwikkelen en tegelijk een machine te maken die niet peperduur is. Nu hebben we manuele navulstations. Maar voor grotere winkels en supermarkten heb je een ander systeem nodig, een beetje zoals een gesofisticeerde automaat. Dat is niet voor de hand liggend. Je moet een nieuwe machine ontwerpen, met tal van veiligheidschecks.”

“Verpakkingsvrij, daar zetten we zwaar op in. Dat is de toekomst. We stappen ook mee in The Loop, het herbruikbaar-project met Terracycle. We willen een duurzame fles ontwikkelen in glas, metaal of een betere plastic, die je kunt blijven gebruiken. En dan bestel je simpelweg online je navulpakket via The Loop of gewoon online of je gaat ‘m hervullen in de winkel. Zo bieden we onze klant een waaier aan oplossingen waarbij hij maar één verpakking hoeft te gebruiken.” De essentie bestaat erin dat we een verpakking terug waarde meegeven via materiaal, design en functionaliteit, zodat het geen wegwerp object wordt. Want daar zit de grond van ons huidig plastic probleem.

Water wordt steeds meer een kostbaar goed, we moeten met zijn allen zuiniger omspringen met water. Ook Ecover gebruikt water voor zijn producten. Zijn jullie daar mee bezig?

“We zijn geobsedeerd door water. Al van in 1979 toen we omwille van de schade die fosfaten aanrichten aan planten en onderwaterbiotopen, ons fosfaatvrije waspoeder lanceerden. In 1979 was de verbanning van fosfaten uit schoonmaakproducten revolutionair. Zeker als je bedenkt dat Europa het pas volledig verplichtte in 2017. We blijven er alles aan doen om een duurzame toekomst te waarborgen voor onze waterlopen. Volgens de VN zal tegen 2050 twee derde van de populatie wonen in gebieden waar watervoorraden onder druk staan. We werken met ingrediënten die maximaal biologisch afbreekbaar zijn. We beperken de hoeveelheid water om onze zepen aan te lengen. We onderzoeken of onze formules in afvalwaterzuiveringsinstallaties of septische systemen biologisch afbreekbaar zijn. We onderzoeken hoe de gewassen die onze ingrediënten leveren, worden gekweekt.  We gebruiken zo weinig mogelijk water in onze fabrieken en kijken er streng op toe dat onze leveranciers hetzelfde doen. Het weinige afvalwater dat we toch hebben, zuiveren we. Ons afvalwater is zuiverder en van een hogere kwaliteit dan wettelijk moet, zodat lokale bedrijven het kunnen hergebruiken.

Watervrije verzorgingsproducten zoals shampoo bars en dental tablets zijn in opmars. Bestaat zoiets voor jullie gamma?

We zijn aan het kijken wat we kunnen aanbieden in vaste vorm. Dan heb je ook slechts papieren verpakking nodig. Bij vloeibare producten heb je altijd een barrier nodig. Ook in onze hervulmachines onderzoeken we hoe de machine ter plaatse water kan mengen met het product. Of dat je thuis het water toevoegt. Dat zou een besparing van 90% zijn op onze transporten.”

170307_ecover_house_11297.jpg

Kijken jullie als bedrijf ook naar andere aspecten van duurzaamheid? Klimaatneutrale kantoren, enz.?

“Absoluut. Toen we in 1992 onze fabriek in Malle bouwden, werd ze gelauwerd om zijn ecologisch design. We gebruikten voor meer dan 90 procent gerecycleerde of hernieuwbare materialen: houten balken uit de sloop, versterkt Europees naaldhout en duurzaam geproduceerde bakstenen. Met een groendak. We ontwierpen het gebouw zo dat er volop zonlicht binnenstroomt en we minder hoeven te verwarmen.”

“Het concept ‘ecologische voetafdruk’ is voor ons geen modegril. We meten de uitstoot van koolstof: transport, nutsvoorzieningen, productie, distributie, … álles.  In 2017 bedroeg onze globale uitstoot 74,434 ton … Nog altijd 74,434 ton te veel. Ons doel: een ecologische voetafdruk die geen spoor achterlaat. Het gaat niet alleen over CO2. We willen tegen 2020 100 procent van ons afval recycleren of composteren.”

“Wij geloven dat het succes van een bedrijf niet afhangt van winst alleen. We voeren een transparante politiek en nemen onze verantwoordelijkheid op. Daarom dragen we met trots het B Corp-certificaat.  Zo werken we ook met leveranciers die kiezen voor groene energie en meer dan 75 procent van hun afval recycleren. We helpen hen ook om groener te worden. We rekenen ook op Leaping Bunny en Bonsucro om mee de vinger aan de pols te houden. Samen met ons kijken ze uit naar leveranciers die nog duurzamer te werk gaan.”

Jullie zijn van een Belgisch bedrijf uitgegroeid tot een dochterbedrijf van een multinational. In hoeverre is dat nog ecologisch?

“Sommige oude klanten waren misschien teleurgesteld toen we werden gekocht door SC Johnson. Maar we behouden 100 % onze identiteit, er is geen enkele vorm van integratie. Voordeel is dat we nu bijvoorbeeld meer kunnen investeren in het ontwerpen van die gesofisticeerde hervulmachines voor supermarkten – iets waar we op lange termijn grote impact mee kunnen maken. Verder houden we vast aan onze ecologische waarden. Aankopen doen we zoveel mogelijk lokaal: in België of Europa, om de uitstoot van transport zoveel mogelijk te beperken. Zoals raapzaadolie uit Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië en Slovakije, zonnebloemolie uit Frankrijk en Duitsland en lijnzaadolie uit Nederland.”

Jullie kregen wel veel kritiek op het gebruik van palmolie.

“Palmolie staat terecht in een slecht daglicht. De productie veroorzaakt ontbossing, een catastrofe voor natuurlijke habitats en biodiversiteit. En toch: de unieke eigenschappen van palmolie en palmpitolie blijven essentieel voor de productie van detergenten. Maar al onze palmolie en palmpitolie is RSPO-gecertificeerd (www.rspo.org), dwz dat de praktijken en de plantages niet bijdragen tot ontbossing. Maar we zoeken vooral naar duurzame alternatieven. We zijn al sinds 2009 bezig om palmolie te vervangen. Het is heel technisch. Een andere olie gebruiken zoals raapzaad vraagt een heel ander chemisch proces. We doen het nu al hier en daar met raapzaadolie, maar het is nu eenmaal zo dat palmolie de specifieke eigenschappen bezit om performante  zeep mee te maken. Toch zijn we er nu al in geslaagd palmolie te vervangen in onze poetsproducten en wasverzachter. Dat reduceert ons verbruik van palmolie met ongeveer 200 ton per jaar.”

Hebben jullie verder nog duurzame toekomstplannen?

“Ja. Biodegradables is ons langetermijn project. Daar bestaan nu allerlei misvattingen over. Dat ze nu een goed alternatief zouden zijn. Dat vinden wij niet. Er was onlangs nog een artikel dat zakjes in PLA na 10 jaar nog steeds bestaan. Bioplastic is een lastig woord, want er zijn verschillende soorten die niet allemaal recycleerbaar of composteerbaar zijn. Wij vinden dat verpakking geen milieuschade zou mogen veroorzaken, zelfs als het wordt weggegooid. Wij willen een totaal nieuw materiaal creëren dat volledig thuis kan worden gecomposteerd. We hebben een heel gedreven R&D team met 40 jaar kennis op gebied van afbreekbaarheid en we werken samen met innovatieve start-ups rond nieuwe materialen. Er is duidelijk een stroomversnelling aan de gang. We zijn niet langer de lonesome cowboys van de groene economie,. Wereldwijd zijn honderden start-ups bezig met het ontwikkelen van duurzame materialen, en daar zijn we heel blij om. Door de perceptie van wat bioafbreekbaar nu is, is er veel weerstand: ‘Ge zijt zot, ge gaat mensen opnieuw het excuus geven dat weggooien oké is’. Toch is dat wat ons betreft de enige echte toekomst: de cirkel sluiten (zoveel mogelijk verpakkingen hergebruiken en recupereren) en de materialen herdenken. Zodat we uiteindelijk zonder plastic kunnen.”

Mei Plasticvrij